‘Achterstand onderhoud meer dan 50 miljard’
De discussie over extra investeringen in de Nederlandse infrastructuur is actueler dan ooit. Rijkswaterstaat en ProRail benadrukken al geruime tijd dat een groot deel van onze wegen, bruggen, viaducten en tunnels zijn ontworpen in een heel andere tijd dan waarin we nu leven. Verkeer is zwaarder geworden, intensiever en continu in beweging. De druk op kunstwerken neemt daardoor snel toe en de onderhoudsopgave groeit mee.
Bouwwerken staan onder druk
Veel Nederlandse bouwwerken zijn gebouwd in een tijd waarin:
- De verkeersintensiteit lager was
- Vrachtwagens lichter waren
- Eisen aan comfort en veiligheid minder streng waren
Vandaag is de realiteit anders. Zwaardere aslasten, meer transportbewegingen en hogere verwachtingen van beschikbaarheid zorgen voor een steeds grotere belasting van bestaande constructies.
Daar komt bij dat een groot deel van de constructies is ontworpen met een bepaalde theoretische levensduur. Die grens komt in zicht. De vraag is dan niet alleen of een brug of viaduct “oud” is maar vooral: wat is de échte technische staat van het bouwwerk op detailniveau.
Zonder diepgaande inspectie ontstaat het risico dat onderhoud te laat start of dat er juist te vroeg zwaar wordt ingegrepen terwijl dat nog niet nodig is. In beide gevallen kost het de beheerder onnodig veel geld.
Kleine details maken grote impact
In de infrastructuur zijn bruggen, viaducten en tunnels bouwwerken die dagelijks duizenden voertuigen dragen. De werkelijke staat van zo’n constructie wordt vaak bepaald door details die met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn. Denk aan:
- Kleine openingen en holle ruimtes in beton
- Scharnierpunten en opleggingen
- Aandrijfmotoren van beweegbare bruggen
- Voegen en rubbers tussen constructiedelen
Juist op die plekken ontstaan de eerste signalen van slijtage. Scheurtjes, beginnende betonrot, roestvorming en andere vormen van ongewenste oxidatieschade zijn vroege indicatoren dat een bouwwerk extra aandacht nodig heeft.
Van globale visuele controle naar gerichte camera-inspectie
Wie de onderhoudsopgave van infrastructuur serieus neemt kan niet langer vertrouwen op alleen een globale visuele inspectie. Er is detailinformatie nodig uit het hart van de constructie. Daar komen video-borescopen en industriële inspectiecamera’s in beeld. De apparatuur die Opticon en Instrurent leveren is speciaal ontwikkeld om in kleine openingen en moeilijk bereikbare ruimtes te kijken zonder dat er gesloopt of gedemonteerd hoeft te worden.
Met behulp van deze oplossingen kan een inspecteur via bestaande inspectieluiken of kleine geboorde openingen dieper de constructie in, live meekijken op een monitor of beelden opnemen voor latere analyse, verdachte plekken direct documenteren met foto’s en video en inspectieresultaten koppelen aan rapportages en onderhoudsplannen. Zo wordt elk bouwwerk niet alleen aan de buitenkant beoordeeld maar ook op de plekken waar schade zich als eerste ontwikkelt.
Video-borescopen
Video-borescopen zijn flexibele of starre camera’s met een kleine kop waarmee er via openingen en holtes diep in een constructie kunt kijken. In de infrastructuur worden ze vooral ingezet om voegen en rubbers tussen betondelen, de binnenzijden van holle liggers en kokers, scharnierpunten, pennen, lagers en aandrijfunits en tandwielkasten van beweegbare bruggen te beoordelen.
Dat levert in de praktijk vier belangrijke voordelen op: vroegtijdige detectie van scheurvorming en betonrot, snelle herkenning van corrosie en oxidatie, een betere beoordeling van kritieke bewegende delen zonder demontage en objectieve visuele rapportage met foto’s en video die onderhouds- en investeringsbeslissingen onderbouwen.